De ergernis van veel automobilisten loopt steeds verder op wanneer zij opnieuw worden geconfronteerd met wielrenners die bewust midden op de rijbaan blijven fietsen, terwijl er direct naast hen een duidelijk aangegeven, veilig en speciaal aangelegd fietspad ligt. Voor veel bestuurders voelt dit als een onnodige provocatie die niet alleen het verkeer vertraagt, maar ook de verkeersveiligheid in gevaar brengt. Automobilisten moeten afremmen, inhalen wordt lastiger en soms zelfs risicovol, en de spanning op de weg neemt voelbaar toe. Het idee heerst dat sommige wielrenners vinden dat de normale verkeersregels niet volledig op hen van toepassing zijn, alsof hun sportieve prestaties of hoge snelheid hen een uitzonderingspositie geven. Dit zorgt voor een groeiende kloof tussen weggebruikers, waarbij begrip plaatsmaakt voor irritatie en kleine ergernissen steeds vaker uitmonden in felle discussies of gevaarlijke situaties.
Deze man is al die opgekropte frustratie uiteindelijk meer dan zat en besluit dat het tijd is om er iets van te zeggen. In plaats van te claxonneren of boos door te rijden, stapt hij uit zijn auto en kiest hij ervoor het gesprek aan te gaan. Op een rustige, beheerste maar tegelijk bijzonder duidelijke toon spreekt hij de twee wielrenners aan en wijst hen op het fietspad dat zich op slechts enkele meters afstand bevindt. Hij legt uit dat dit pad niet voor niets is aangelegd en dat het juist bedoeld is om fietsers een veilige plek te geven, zonder het overige verkeer te hinderen. Daarbij maakt hij duidelijk dat het gebruik van de rijbaan niet alleen irritatie oproept, maar ook gevaarlijk kan zijn voor iedereen die aan het verkeer deelneemt. De vraag blijft echter in de lucht hangen: zullen de wielrenners zijn vriendelijke maar dringende boodschap serieus nemen en hun gedrag aanpassen, of blijven zij hardnekkig vasthouden aan hun overtuiging dat de rijbaan net zo goed van hen is?

