Deze autobestuurder gaat echt veel te ver hoor. Hij blijft de politieagent namelijk maar irriteren, uitdagen en provoceren, alsof hij er plezier in heeft om iemand bewust op de zenuwen te werken. Keer op keer zoekt hij de confrontatie op, met kleine opmerkingen, onverwachte manoeuvres en een houding waaruit duidelijk blijkt dat hij zichzelf boven de wet plaatst. Het lijkt alsof hij denkt dat verkeersregels slechts suggesties zijn en dat hij onaantastbaar is zolang hij maar blijft lachen en doen alsof alles één grote grap is. In plaats van zich normaal te gedragen en de aanwijzingen van de agent serieus te nemen, blijft hij de grenzen opzoeken en de situatie steeds verder op scherp zetten. Wat hij echter totaal onderschat, is dat dit soort gedrag niet alleen kinderachtig, maar ook gevaarlijk en respectloos is. Geduld is geen oneindige bron, zelfs niet bij een agent die dagelijks met lastige verkeerssituaties te maken krijgt. Uiteindelijk stapelt de irritatie zich op, wordt de situatie steeds ongemakkelijker en bereikt het moment waarop de agent besluit dat het nu echt genoeg is geweest.
Want ook agenten op een motor blijven natuurlijk gewoon mensen, met gevoelens, verantwoordelijkheden en een professionele trots in hun werk. Ze zijn er om de orde te handhaven en de veiligheid op de weg te waarborgen, niet om voortdurend het mikpunt te zijn van flauwe grappen, kinderachtig gedrag en doelbewuste treiterijen. Terwijl deze bestuurder zichzelf misschien ontzettend grappig en stoer vindt, laat hij vooral zien dat hij weinig begrip heeft van de verantwoordelijkheid die bij deelname aan het verkeer komt kijken. Iedere weggebruiker moet zich immers aan de regels houden, ongeacht hoeveel zelfvertrouwen iemand heeft of hoe graag hij de aandacht trekt. Wanneer iemand keer op keer laat zien geen enkel respect te hebben voor gezag, verkeersregels of de veiligheid van anderen, dan is het niet vreemd dat daar uiteindelijk consequenties aan verbonden zijn. Een agent hoeft zich niet eindeloos te laten uitdagen voordat hij besluit op te treden. Juist door rustig te blijven en vervolgens passende maatregelen te nemen, kan duidelijk worden gemaakt dat provoceren geen vrijbrief is om overal mee weg te komen. De bestuurder lijkt dat besef volledig kwijt te zijn, maar daar komt al snel verandering in wanneer de situatie een onverwachte wending neemt.
En daarom mag deze bestuurder meteen even langs de garage met zijn auto, niet als vriendelijk advies, maar als een duidelijke confrontatie met de gevolgen van zijn eigen gedrag. Daar krijgt hij mogelijk te maken met technische controles, extra vragen, ongemak en vooral een hoop tijdverlies waar hij ongetwijfeld niet op had gerekend. Zijn zelfverzekerde houding, waarmee hij eerder nog dacht de agent te kunnen uitdagen, maakt langzaam plaats voor het besef dat zijn acties hem behoorlijk kunnen tegenwerken. Want hoe hard iemand ook probeert de stoerste persoon op de weg te spelen, uiteindelijk bepalen niet zijn grote mond of uitdagende glimlach hoe een verkeerscontrole afloopt. Het zijn de feiten, de geldende regels en de eventuele overtredingen die daarbij een rol spelen. Misschien dacht hij vooraf dat hij de situatie volledig onder controle had en dat de agent uiteindelijk wel zou afhaken, maar nu blijkt dat die aanpak hem weinig heeft opgeleverd. Integendeel, hij heeft zichzelf vooral onnodige problemen bezorgd. Dit is dan ook een duidelijke les voor iedereen die denkt dat provoceren en respectloos gedrag indruk maken op de weg. Stoer doen achter het stuur lijkt misschien even leuk, maar zodra de gevolgen zich aandienen, verdwijnt dat zelfvertrouwen vaak als sneeuw voor de zon.







